Robert Péguy
Grégoire Leclos, naar 'Le
18-04-1940
Fiat Film / Gofilex
90
In de buitenwijken van
Parijs bevindt zich een buurt, die men
ironisch 'Californië' noemt; een
verzameling houten krotten en
hokken, waar de allerarmsten van de
wereldstad een ellendig bestaan leiden.
In dit oord van verwording, dat zich
aan iedere controle onttrokken heeft,
verschijnt een jonge pater, die geen
bevrediging heeft kunnen vinden in
zijn werk in een der bekendste Parijse
kathedralen, waar de rijksten en
hooggeplaatsten hun kostbare missen
komen bijwonen. Hij weet dat de
allerellendigsten zijn toegewijde hulp
en steun meer nodig hebben dan de
rijken. Spoedig wordt hij echter door
de jonge communist Bibi en zijn
kornuiten lastig gevallen en beledigd,
maar dit belet hem niet een aanvang te
maken met het bouwen van zijn eigen
'kathedraal', die hij steen voor steen
eigenhandig optrekt, bespot en
uitgejouwd door de straatjeugd. Bibi is
verliefd op een meisje uit de buurt, dat
echter -nadat ze werk gevonden heeft-
met haar moeder naar een keurig
appartementje vertrekt. Bibi beseft
dat zij niet tot zijn stand behoort en
dat om deze reden een liefde tussen
hen niet tot de mogelijkheden behoort.
Op een feestavond wil Bibi uit verdriet
niet aan de feestvreugde deelnemen.
Zachtjes staat hij te huilen tegen de
muur van de kerk, die men spottend
'Onze Lieve Vrouw van de Sloppen'
heeft genoemd, als de jonge
geestelijke naar buiten komt. Bibi laat
zich in zijn verdriet willig naar binnen
leiden, waar hij zich veilig voelt voor
de honende woorden van zijn vrienden.
Het bonte en rauwe leven in
'Californië' gaat zijn gang, doch de
jonge pastoor werkt verder en
langzamerhand overwint hij de
tegenwerking en weet zich een plaats
te veroveren in de harten van de vele
vreemde, onevenwichtige figuren van
de achterbuurt.
Odette Joyeux (la môme),
Odette Barancey (Zéphyrine), Solange
Varenne (la Sauterelle), Jeanne Véniat
(la mère de la môme), Mary Perret
(Taille de Cerf), Yvonne Legeay (Mme
Eugène), Augustine Prieur, Mauricette
Mercereau, Liliane Maigné, Edouard
Delmont (le père Didier), François
Rozet (l'abbé), Georges Rollin (Bibi),
René Sarvil (Julot), Champi (Nénesse),
Rivers Cadet (M. Eugène), François
Rodon (Gosse de pou), Rolla Norman,
Henri de Livry, René Allé, René
Lefèvre-Bel, Félix Claude, Fernand
Flament, Robert Rollis
Deze Frans/Nederlandse
coproductie is in de jaren 1938-1939 in
Parijs onder auspiciën van de K.F.A.
tot stand gekomen. Nederlandse
medewerkers: de Amsterdamse
filmcriticus Van Domburg, cameraman
Toon Hin en F.D. Kahlenberg. Frans
gesproken.
Toon Hin