Maurits H. Binger
Adelqui Migliar, Maurits H. Binger
11-10-1918
Filmfabriek-Hollandia
-1
In 1914 worden we in drie
families geïntroduceerd: twee in de
grote stad, één op het land. Het ene
stadsgezin, de familie De Roqueville,
behoort tot de zeer welgestelden, waar
het leven in verkwisting wordt
doorgebracht. Het andere is dat van de
gepensioneerde Indische militair
Laurent, waar het kleine pensioen in de
kroeg wordt uitgegeven,
niettegenstaande alle smeekbeden van
Laurents vrouw. De kinderen zijn
getuige van veel vreselijke dingen, die
zich in dit gezin afspelen. In de beide
gevallen zijn de kinderen nu en in de
komende geslachten de slachtoffers. In
het laatste gezin is door de flinkheid
van de moeder van een der kinderen
iets goed geworden: de dochter heeft
eigenschappen van haar vader geërfd.
Bij geluk wordt ze evenwel nog een
groot actrice. Het derde gezin is dat
van de boer Godard, wiens dochter naar
de grote stad wil. Ze leert er de jonge
Laurent kennen en wordt verliefd op
hem, zoals hij op haar. Doch haar chef,
de jonge Roqueville maakt haar ook het
hof. De dochter van Godard leert
terdege de grote stad kennen. Ze ziet
er al de list, al de valsheid en ze moet
ook aanzien hoe haar verloofde, een
zwakkeling, de zoon van een slecht
vader, ten val wordt gebracht. Dan
komt augustus 1914. In die dagen, toen
velen tot zichzelf inkeerden, dacht ook
het landmeisje, dat naar haar ouders
was teruggekeerd, aan het verleden. Zij
dwaalt langs de doden, de goeden en de
slechten, die echter met dezelfde
offervaardigheid zich voor hun
vaderland gaven. En dat doet haar
geloven aan een mensdom dat gelouterd
uit die wereldsmart te voorschijn zal
komen.
Annie Bos (Any Godard),
Adelqui Migliar (Jean Laurent, en zijn
zoon Mario), Paula de Waart (Pauline
Laurent, moeder), Lola Cornero
(Ninette Laurent), Caroline van
Dommelen (Nora de Roqueville), Jan
van Dommelen (Robert de Roqueville),
Willem van der Veer (Gaston de
Roqueville), Mien Erfmann-Sasbach
(Stella Marie), Eberhard Erfmann
(Frits), Jan Buderman (vader Godard),
Catharina Kinsbergen-Rentmeester
(moeder Godard), Cor Smits (Hofman),
Helène Wehman (Rosa Hofman), Mimi
Boesnach, Jeanne van der Pers, Renée
Spiljar, Tonny Stevens, Ernst Winar,
Dick Laan (butler)
Dit is het eerste deel van een
seriefilm die verder nog bestaat uit de
delen OORLOG EN VREDE 1916 en
OORLOG EN VREDE 1918, die in drie
achtereenvolgende weken in de
bioscopen werden gedraaid. De scènes
met oorlogshandelingen werden vlak
tegenover het stationnetje van
Overveen opgenomen.
Vier Nederlandse bisschoppen en de
aartsbisschop van Utrecht gaven hun
goedkeuring aan het streven om door
het verspreiden van uitsluitend goede
films de slechte of minder goede te
verdringen. Zij beveelden dat zelfs aan,
'zonder dat zij geacht wensten te
worden het bioscoopbezoek aan te
moedigen'.
Een klein fragment van enkele
tientallen meters is bewaard gebleven.
Feiko Boersma, Jan Smit